Endometriumcarcinoom is één van de meest voorkomende kankers bij vrouwen wereldwijd. Door de complexiteit van de ziekte, met multiple risicofactoren en histologische en moleculaire subtypes is er nog bijkomend onderzoek nodig. Het merendeel van de patiënten (70-80%) heeft een pMMR fenotype en vertoont een bijkomend effect van het toevoegen van anti-PD-(L)1 therapie bij chemotherapie.
Patiënten met een nieuwe diagnose van een stadium III/IV of een herval van een endometriumcarcinoom, indien ze nog geen voorgaande systemische therapie gekregen hadden, kwamen in aanmerking voor de studie. Randomisatie (1:1:1) gebeurde tussen:
- 6 cycli Carboplatin/Paclitaxel + placebo gevolgd door placebo onderhoudstherapie (zowel Durvalumab als Olaparib)
- 6 cycli Carboplatin/Paclitaxel + Durvalumab gevolgd door Durvalumab + Olaparib placebo onderhoudstherapie
- 6 cycli Carboplatin/Paclitaxel + Durvalumab gevolgd door Durvalumab + Olaparib onderhoudstherapie
Associatie van Durvalumab aan de chemotherapie vertoonde een statistisch significant verschil in de progressievrije overleving aan in vergelijking met enkel chemotherapie. Dit verschil werd zowel in de dMMR als in de pMMR populatie gezien. Associatie van Olaparib aan de onderhoudsbehandeling gaf in pMMR patiënten een bijkomende verbetering van de progressievrije overleving.
Associatie van Durvalumab aan de standaardchemotherapie gevolgd door onderhoudsbehandeling met Durvalumab en Olaparib kan een belangrijke verandering betekenen in de huidige behandeling van endometriumcarcinoom.