Pembrolizumab verhoogt ziektevrije overleving in dMMR endometriumcarcinoom

Nieuws
30 november 2024
Pembrolizumab

Merck Sharp & Dohme toont in een gerandomiseerde dubbelblinde fase III studie aan dat Pembrolizumab toevoegen aan de eerstelijn chemotherapie de ziektevrije overleving niet veranderd in de studiepopulatie. Een subgroep analyse toont aan dat er wel een effect kan zijn op de ziektevrije overleving in patiënten met dMMR tumoren. De studie werd gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Annals of Oncology.

Endometriumcarcinoom is de zesde meest voorkomende kanker in vrouwen. De diagnoses zijn wereldwijd gestegen in de afgelopen 3 decennia. Na diagnose worden de patiënten in eerste instantie over het algemeen chirurgisch behandeld. Adjuvante therapie, bestaande uit chemotherapie en eventueel (chemo)radiatie, kan nadien gegeven worden afhankelijk van het risico op herval. 

Eerdere studies toonden reeds een effect van Pembrolizumab aan in patiënten met gevorderd endometriumcarcinoom, voornamelijk in de dMMR of MSI-H groep, of in combinatie met Levantinib. 

In deze studie werden patiënten gerandomiseerd (1:1) naar chemotherapie met placebo of Pembrolizumab. Chemotherapie werd toegediend gedurende 6 of 7 wekelijkse of driewekelijkse cycli. Nadien werden nog 6 cycli Pembrolizumab/placebo toegediend in een zeswekelijks schema.

De analyse toont aan dat de studie het primaire eindpunt van ziektevrije overleving niet haalt. De reden hiervoor is onduidelijk aangezien het niet overeenstemt met de belangrijke verbetering in progressievrije overleving die gezien wordt bij de combinatie van Pembrolizumab met Carboplatin en Paclitaxel in de gevorderde of terugkerende setting voor endometriumcarcinoom.

Een aantal redenen kunnen dit mede verklaren. De deelnemers aan deze studie hadden geen residuele ziekte na chirurgie, wat wel het geval was in de andere studies. Hierdoor kunnen er biologische verschillen zijn in de immuunrespons die uitgelokt wordt. Dit is voornamelijk van belang in matig immunogene fenotypes (zoals pMMR) maar minder voor sterkere immunogene tumoren (zoals dMMR). Verder is endometriumcarcinoom een heel heterogene ziekte met mutaties die verschillen tussen de vroege en latere stadia van de ziekte. Hierdoor kan ook de immuunrespons beïnvloed worden. Verder heeft onderzoek aangetoond dat pMMR endometriumcarcinoom een heel heterogene ziekte is, wat niet zozeer het geval is voor dMMR endometriumcarcinoom. Deze laatste lijken over het algemeen een slechtere prognose te hebben, waardoor de invloed van Pembrolizumab niet makkelijk aantoonbaar is.

Het veiligheidsprofiel was vergelijkbaar met de gekende profielen van de individuele producten. Toevoeging van Pembrolizumab zorgde niet voor een verergering van de bijwerkingen die gepaard gaan met chemotherapie.

Toevoeging van Pembrolizumab aan adjuvante chemotherapie heeft geen invloed op de ziektevrije progressie in vergelijking met placebo. Subgroep analyses tonen wel aan dat er een klinisch belangrijk effect zou kunnen zijn op de ziektevrije overleving van dMMR patiënten in de curatieve setting.